Historische Vereniging Aduard:  't Huis tot Aduard

Wanneer u in dit deel klikt met de muis, wordt de tekst in wit weergegeven en 20% groter. Klikt u nog eens dan krijgt u de 'normale' tekst weer terug.

 

 

 

 

Het Huis te Aduard

In de Middeleeuwen was in deze contreien het recht gekoppeld aan landbezit. Binnen een afgetekend gebied mocht een ieder die een heerd in bezit had met een bepaalde hoeveelheid aan grazen land recht spreken. Zo'n gebied wordt een rechtstoel genoemd. De lengte van tijd waarin men recht kon spreken was afhankelijk van het aantal heerden in de rechtstoel en de verdeling daarvan. De man die recht sprak werd een redger genoemd. Het redgerrecht werd later losgekoppeld van een heerd. Zodoende kon men de rechten opkopen. Als men alle rechten in een rechtstoel in bezit had gekregen hoefde het recht niet meer gedeeld te worden met andere grondbezitters. De zogenaamde 'ommegaande' rechtstoel was dan een 'staande' geworden. Het klooster Aduard bezat het redgerrecht van de rechtstoel Groot Aduard. Na de opheffing van de abdij zijn de rechten geconfisceerd door de provincie, die toen de redger aanstelde. De eerste officiële Aduarder redger werd in 1616 aangesteld. Dit was Albert Coenders. In 1658 verkeerde de provincie in financiële moeilijkheden, waardoor zij zich genoodzaakt voelde de rechten te verkopen en wel in 24 delen, zodat de staande rechtstoel een ommegaande werd. In 1678 vestigt Johan Clant zich in Aduard. In ongeveer tien jaar tijds koopt hij alle delen op. Hij wordt dan landjonker van de staande rechtstoel Groot Aduard. Om onverklaarbare redenen ruilt hij in 1700 al zijn bezittingen met Evert Joost Lewe tegen de borg Ludema bij Usquert. In Aduard is de 18e eeuw dan voor de Lewes.

De avondmaalsbeker van Aduard met de inscriptie 'Evert Joest Lewe Heer van Aduard etc. etc. Collator tot Aduard 1724' 

In het midden het wapen van de familie Lewe dat bestaat uit een combinatie van het wapen van het klooster (abtstaf en balk van Clairvaux) en leeuwen. 

Op de afbeelding boven is het redgerhuis of borg van Aduard getekend vanaf de hoofdstraat. Het zou de achterkant moeten zijn, wat aannemelijk is, omdat de versierde schoorsteenkappen aan de andere kant zitten. Het is onwaarschijnlijk dat het woonhuis van Evert Joost Lewe - een vermogend en invloedrijk man - er zo eenvoudig heeft uitgezien. Meer duidelijkheid geeft een enkele jaren geleden in Parijs ontdekt portret van zijn vrouw Emerentia van Bierum. Op de achtergrond is een gebouw geschilderd (zie foto onder). Het was gebruikelijk dat borgbewoners zich met hun geliefde behuizing lieten portretteren.

Aangenomen dat dit schilderij een correcte afbeelding geeft van het Huis te Aduard, dan zijn de versierde schoorstenen op de tekening boven van dit gebouw. Op die tekening zien we dan het brouw- of schathuis en daarachter het voorhuis, de eigenlijke borg. Tussen borg en schathuis moet een ruimte geweest zijn, die perspectivisch is weergeven op de tekening.

Op onderstaande afbeelding is een indruk gegeven van het park van de familie Lewe. Het park is rood gekleurd, het schathuis en het brouwhuis geel en de borg, enigszins oostelijk daarvan, ook. De ondergrond is de kadasterkaart van het dorp Aduard van 1820 (zie hiervoor de pagina over het dorp).

Het is nog maar de vraag of het huis dat in 1597 voor de redger van Aduard werd gebouwd op de plaats gestaan heeft die boven geel is gekleurd. In 1597 was de hoofdstraat nog niet opgehoogd en bestond het dorp vermoedelijk alleen maar uit de tegenwoordige Hofstraat. De eerste redgerswoning zou ook daar gebouwd kunnen zijn. Het is niet ondenkbaar dat de voormalige burgemeesterswoning aan het Kaakheem het eerste Huis te Aduard is geweest. De voornaamheid van het (nu witte) pand staat in groot contrast met de arbeidershuisjes aan de Hofstraat. Op de foto beneden is dat duidelijk te zien.

De redger was hier dus de baas. Had iemand echter een overtreding of een misdaad begaan, dan werd hij of zij niet aan hem voorgeleid, maar aan zijn advocaat. Deze werd ook wel geconstitueerd rechter werd genoemd. Hij velde ook het vonnis. Van alle overtredingen en aanklachten werden verslagen gemaakt - protocollen - die meestal eindigen met het uitspreken van een strafmaat. Veel protocollen zijn bewaard gebleven en kunnen op het Rijksarchief ingezien worden. Zij zijn niet ondertekend door de redger zelf, maar door deze advocaat, die rechten gestudeerd had. Deze had ook een notariŽle functie.

Links het voormalige rechthuis, waarin rond 1800 de gemeente Aduard zich vestigde.

In 1902 werd ernaast een nieuw gemeentehuis gebouwd.

Het verhoren en berechten, het verrichten van administratieve handelingen en ook het opsluiten van verdachten of criminelen vond niet plaats in het huis van de redger, de borg, maar in een rechthuis. Zo ook in Aduard. We zien, dat in de tijd van Evert Joost Lewe de strafuitspraak geregeld wordt gevolgd met de opmerking: aldus uitgesproken 'in het ordinaris regthuys'. Vanwege de notariële functie werd de verkoop van onroerende goederen ook in het rechthuis bezegeld. Zo vindt er bijvoorbeeld in 1752 een verkoop plaats waarbij de crediteuren van Pieter Crijns weduwe 'by brandende keerssen uitdoen in het regthuys tot Aduart hebben doen verkopen...'. Op 2 juli 1795 wordt er gewag gemaakt van een opsluiting in de bewoording: 'en tans in het Regthuys aldaar gedetineerd'.

In het rechthuis van Aduard (de voormalige praktijkruimte van dr. Busser, Burg. Seinenstraat 3) heeft zich heel wat afgespeeld. Er gebeuren nu rare dingen, maar vroeger niet minder en de straffen waren niet mals. Wanneer het lijfstraffen betrof werden die uitgevoerd op het Kaakheem. Er zijn daar veel misdadigers op gruwelijke wijze om het leven gebracht. De laatste keer dat er een strafexecutie werd uitgevoerd was in 1719. Een zekere Jacob Leeser was de man die waarschijnlijk duizenden naar Aduard heeft gelokt. Zijn laatste gang was die van het rechthuis naar het Kaakheem.

1597
Nieuw huis gebouwd voor de redger, vermoedelijk Abel Greving, die al sinds 1575 die functie heeft gehad, eerst onder de abten van het klooster, na 1594 in naam van de provincie.
1606
Albert Coenders aangesteld tot redger.
1644
Albert Coenders overlijdt.
1645
Jebbo Aldringa aangesteld tot redger.
1648
Dr. H. Wemmens, redger.
1651
Jebbo Aldringa, redger.
1656
Johannes Wolteri, redger.
1658
Redgerhuis verkocht aan Rudolf Willem van In- en Kniphuisen
1661
Redgerhuis gerenoveerd en verkocht door In- en Kniphuisen; koper is Jan de Mepsche.
1678
Johan Clant vestigt zich in Aduard en koopt van lieverlee alle rechten van de rechtstoel Groot Aduard.
1680
Verkoop o.a. ommegangen, gestoelte in de kerk van Aduard van wijlen Jan de Mepsche.
Verkoop Upkenahuis te Aduard.
1700
Clant ruilt zijn bezittingen met E.J. Lewe van Usquert, die dan de nieuwe redger van Aduard wordt.
1710
E.J. Lewe draagt redgerschap over aan J.W. Ripperda.
1712
Lewe krijgt Aduard terug.
1723
Lewe verbouwt de ziekenzaal tot kerk.
1753
Op 23 juni overlijdt Evert Joost Lewe, 76 jaar oud. Zijn opvolgers zijn:
-
Evert Joost II (1706-1768), gehuwd met Willemina Alberda (1735- 1791).
-
Evert Joost III (1759-1799).
-
Evert Joost IV (1743-1804), de neef van E.J. Lewe III.
 
Carolus Justus Lewe (1767-1836).
1815
Afbraak redgerhuis van Aduard.